Leren op de werkvloer normaalste zaak in Zwitserland

Bron: De Tijd - 23/06/2017

Twee derde van de Zwitserse scholieren leert deels op de werkvloer. De verzamelde Belgische ministers van Onderwijs gingen op 23/06/17 in het kielzog van de koning op zoek naar het Zwitserse succesrecept.

De Vlaamse regering timmert aan een hervorming van het leren op dewerkvloer in het middelbaar onderwijs. Terwijl de proefprojecten voorhet duaal leren lopen, gaat een Belgische delegatie met onder anderen dekoning en Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V)vandaag inspiratie opdoen in Zwitserland. Het historisch gegroeidesysteem van duaal leren wordt daar beheerd door de federale regering, dekantons en de werkgeversorganisaties. Ze bereiken ongeveer twee derdevan de scholieren, die daarna ook nog verder kunnen studeren.

‘Toen ik me op mijn veertiende voor mijn eerste werkdag moest aanmelden, was ik doodnerveus’, geeft de Zwitserse 16-jarige Manuel verlegen toe. Drie dagen per week werkt hij in het hoofdkwartier van de Zwitserse liftbouwer Schindler in het idyllische bergdorp Buchrain, op een steenworp van Luzern. ‘Ik was zo onder de indruk dat ik amper iets kon onthouden van wat ons werd uitgelegd. Maar na een week ben je het werken gewoon. Nu ben ik op m’n eentje een noodstop aan het ontwerpen voor een lift. Na mijn opleiding studeer ik verder aan de technische hogeschool.’

In Zwitserland is Manuel niet de uitzondering maar de regel. Op hun vijftiende stromen de Zwitserse jongeren uit de middenschool waar ze grotendeels dezelfde leerstof krijgen. Twee derde van de middelbare scholieren kiest vervolgens voor duaal leren waarbij ze drie dagen op de werkvloer vertoeven en twee dagen in de klas. Wie niet voor een abstracte opleiding aan het gymnasium kiest, solliciteert voor een stageplaats bij een bedrijf of organisatie. Het is belangrijk een juiste keuze te maken voor je stageplek, want je staat drie dagen per week op de werkvloer.

Koning
In Vlaanderen kent het systeem van leren en werken lang niet zo’n succes. Hilde Crevits (CD&V) en Philippe Muyters (N-VA), de Vlaamse ministers van respectievelijk Onderwijs en Werk, sleutelen aan een nieuw systeem van duaal leren. Leren op de werkvloer mag niet langer een tweede keuze zijn of het resultaat van het watervalsysteem, luidt het. Terwijl proefprojecten met 125 leerlingen in 34 scholen lopen, timmert de Vlaamse regering aan het wetgevend kader. Zo wil Vlaanderen vermijden dat jongeren de schoolbanken zonder diploma verlaten.

Ook in Wallonië ligt een hervorming van het duaal leren op tafel. Daarom gaat een reeks ministers vandaag in het kielzog van de koning op zoek naar het Zwitserse succesrecept. Bij Schindler zijn ze die internationale aandacht al gewoon. De week voor ons bezoek waren de Zuid-Koreanen al op bezoek. Binnenkort volgen de Amerikanen.

De Zwitsers laten zich de aandacht welgevallen, want ze zijn trots op hun historisch gegroeid onderwijsysteem. ‘We hebben geen natuurlijke grondstoffen’, zegt Emanuel Wüthrich van het Instituut voor Beroepsvorming. ‘De Zwitserse economie is gebaseerd op spitstechnologie en innovatie. Daarvoor is de kwaliteit van het onderwijssysteem een sleutelelement.’  Het resultaat? Slechts 5 procent van de jongeren verlaat het onderwijs zonder diploma. De werkloosheidsgraad bij jongeren bedraagt 6,8 procent, tegenover het Europese gemiddelde van 18,7 procent.

In Zwitserland heeft het duaal leren een uitstekende reputatie. ‘Ouders zijn trots op hun kind als het een stage doet’, zegt Henriette Schmid, die als opleidingshoofd van het universitair ziekenhuis van Bern verantwoordelijk is voor 500 stagiairs. ‘Ook wie in een fabriek stage doet, is daar fier op. Ik begrijp uit gesprekken dat dat in andere landen niet altijd het geval is. Maar de ouders weten dat hun kinderen hier goed omkaderd worden en ervaring opdoen die nuttig is voor hun verdere loopbaan.’

Rolmodellen
Rolmodellen helpen daarbij. Sergio Ermotti, de topman van de Zwitserse bankreus UBS, deed zijn stage bij de Cornèr Bank in Lugano. Daarna zette hij zijn studies verder tot in Oxford. Dat kan, want duaal leren sluit in Zwitserland geen deuren. De helft van de jongeren gaat aan de slag in hun stagebedrijf. Een kwart stroomt door naar een arbeidsmarktgerichte bacheloropleiding op de hogeschool. De rest klimt verder op. Via tussentijdse examens kan iedereen doorstromen naar een hogeschool of universiteit. ‘Je sluit geen opties uit door voor duaal leren te kiezen’, zegt Wüthrich. ‘Daardoor trekt het systeem ook de beste leerlingen aan. 80 procent van de leerlingen in het duaal leren geeft aan dat dat hun eerste keuze is.’

De federale regering organiseert het duaal leren samen met de kantons en de werkgevers. Het zijn de werkgeversorganisaties die minstens elke vijf jaar alle 240 richtingen evalueren om te bekijken of ze nog beantwoorden aan de noden van de arbeidsmarkt. Zij kunnen ook nieuwe richtingen voorstellen en bepalen welke technische kennis die richting moet bevatten. De overheid heeft vervolgens het laatste woord. ‘Het Zwitserse systeem is het enige waarbij het bedrijfsleven aan het duaal leren verdient’, zegt Wüthrich. ‘Het levert de bedrijven globaal gezien meer op dan dat ze investeren.’

Bij Schindler zijn de stagiairs goed voor 14 miljoen euro omzet. ‘De stagiairs zijn over het hele bedrijf verspreid’, legt Frédéric Michaud, de hr-verantwoordelijke bij Schindler uit terwijl we door de gigantische fabriek lopen. ‘In de laatste twee jaar van hun stage produceren de stagiairs al onderdelen die verkocht worden. Zo zorgen ze al tijdens hun stage voor een return on investment. Wie na zijn stage voor Schindler blijft werken, kent de bedrijfscultuur al en moet niet meer extra worden opgeleid.’

Sommige jongeren in de fabriekshal van Schindler of het ziekenhuis van Bern lijken haast nog kinderen. Een plaagstoot of gegiechel verraadt hun jonge leeftijd, maar voor de rest draaien ze volledig mee. ‘Dat is soms even schrikken’, zegt de 19-jarige Julie Meisel, die in het middelbaar de richting thuiszorg volgde en nu verder verpleegkunde studeert. ‘Toen ik op mijn zestiende startte, wist ik amper hoe je in een professionele omgeving een telefoon moet opnemen of wat de juiste formulering is om tegen een patiënt te praten. Ook de verschillende shifts zijn niet evident als puber. Maar ik was de schoolbanken beu en blij om eindelijk iets ‘echt’ te leren. Nu ben ik verantwoordelijk voor een kleine groep patiënten.’

Druk
Julie zorgde al op jonge leeftijd voor haar neefjes en nichtjes en droomt al lang van het verpleegsterberoep. Maar de verplichte keuze op 15 jaar is niet voor elke jongere evident. ‘Hoe kan je op je 15de weten wat je voor de rest van je leven wil doen?’, zucht de 24-jarige Alexander. Hij volgde bij Schindler een opleiding tot liftmecanicen. De liftenreus leidt met veel moeite twintig of dertig liftmecaniciens per jaar op die op de arbeidsmarkt erg gegeerd zijn.

Maar Alexander voelde er zich letterlijk en figuurlijk gevangen. ‘Je zit de hele dag alleen in een lift. Je praat met niemand. Ik ben op mijn negentiende gestopt en in een halve depressie gesukkeld. Maar als je in Zwitserland geen middelbaar diploma hebt, werft zelfs de supermarkt je niet aan.’ En wie thuis zit, wordt in het competitieve Zwitserland, dat bijna geen werkloosheid kent, al snel als een sukkelaar weggezet, erkennen onze gesprekspartners. Alexander zit nu in het laatste jaar polytechniek op de Mechatronik Schule van Winterthur, een state-of-the-art technische school waar hij ons fier rondleidt. Na de opleiding wil hij net zoals de meeste van zijn klasgenoten voortgezette ingenieursstudies volgen. ‘Het voordeel van het Zwitserse systeem is dat je opnieuw kan beginnen als je wil. Geen enkele deur wordt gesloten als je ouders zich zo’n lange studieloopbaan kunnen veroorloven. Bij mij heeft het wat langer geduurd, maar ik heb nu wel mijn droomrichting gevonden.’

Minister Crevits vindt het interessant dat jongeren al vóór hun studiekeuze een week in een bedrijf kunnen meelopen. ‘Dat is zeer soepel geregeld en maakt veel jongeren nieuwsgierig. Ook de sociale druk op ondernemingen valt me op. Ze zijn fier dat ze stageplaatsen aanbieden en ze zien ook dat ze daar economisch profijt uit halen.’